donderdag 7 januari 2010

Een faun bij de grens

EEN FAUN BIJ DE GRENS

Fountains Abbey

Een kleine faun vlucht

over de stenen, het maaiveld

onder de gothische boog

naar de bossen erachter.


Zijn armen zoeken evenwicht

geen mens meer te zien

honderden jaren zijn gesleten

langs de poorten naar buiten.


Hij ontkomt niet aan de kijker

maar laat leegte achter zich

regen en wind zullen komen

over de stenen, het maaiveld.


A bigger splash

Je staat maar aan de rand

van het zwembad en je kijkt

naar de warmte in het water.

Waarom spring je niet?


Marmer-witte rimpels

drijven onder de zon.

Hij zwemt rustig onder water

naar de andere kant.


Hij hoort de auto's niet

optrekken, rusteloos sta je

op jezelf te wachten, gespannen.

Wanneer breek je door het oppevlak?


Blok

Welk teken wordt mij gegeven

als een houtblok zich juist

op het moment dat ik opkijk

omwentelt - als een bloedend

varken - en ruggelings neer-

stort in de vurige as

als het toegeven aan het mes

het opgeven van rokend verweer

uit het zicht achter andere blokken?


Pas later gaat het branden

rood oplaaiend, hitte gevend.


Chnoem

Terwijl zij praat, kijk ik.

Zie de achterkant

van de rechtopstaande sjoelbak.


Maar in de tekening van het hout

steeds duidelijker een sater


nee, een Egyptische god van lust.


Zijn korte naakte benen onder

de buik zijn geheven geslacht

daarboven het zwetende lijf


en uiteindelijk de trotse kop

glimlachend om de verl;iezer.

Een ram met dunne lippen.


Paar

Voor de blinde muur gaan staan

los van elkaar, gezwegen, wachtend

nadat zij in vertrouwen naar hem keek

en niet weten wat hij voor zich ziet.


Haar hand zoekt steun bij de andere

in los contact, de bloes gesloten

met open flap gevouwen dicht

klemt zich aan een nagel vast.


Zijn glimlach gesloten vastgezet

een nauwelijks gebogen streep

staat even stil voor de goede orde.

Hij laat haar; één stap naar voren.


Berlijn. Een winterreis

1 Politiek

De grenswacht bekijkt de lege

achterbank en ziet de schim

niet die wij aanwezig weten.


Bij Grünewald kijkt hij tot achter

in de bossen - hij wil alleen zijn

maar de auto rijdt door tot in


het centrum voor de Deutsche Oper

waar we Tosca zullen zien, een drama

van verraad, maar anders, verouderd.


Soldaten voor het sovjet-gedenkteken,

in de lucht oplossend prikkeldraad

hier beneden groeiende concertina's.


Studenten uit Keulen of Braunschweig

dragen hun gekleurde petten maar

iets nonchalanter dan hun vaders.

2 Reis

Op een parkeerplaats

met de ijzige naam Raststätte

de tafel waar voor eeuwig

banken staan, aanschuiven

is niet mogelijk, op het blad

zijn voetstappen helder afgedrukt

op sneeuw, op half mat en nu

op dit papier, zijn aanwezigheid

niet meer weg te nemen

dooi smelt alleen de herinnering.


3 Nollendorfstrasse

Waar zij haar vrijheid celebreert

in de woorden van de leraar Engels

Isherwood, wiens naam ik steeds

weer moet bedenken via het Duitse

Ischendorf: van dorp tot bloeiend

hout van haar verbeelding.


De huizen nog intact achter

de negentiende-eeuwse façade nieuwe studenten

lambrizeringen stenen guirlandes

ijzeren symbolisme.


TOTale Freiheit für TOT!

Ik heb het koud

sleep Berlijnse briketten aan

in sleden.


Ruime binnenplaatsen om te spelen

je op te sluiten in een ton zo groot

als een slaapkamer, rol je door

mijn kou in jullie warmte heen en weer.


Of in een ton met spijkers, naakt

rol je door de straten trouweloze

tot in het water van de Spree

langzaam drijf je naar de Noordzee.


De pracht van een vergane liefde

voor onze ogen vervallen maar

nog steeds majestueus, pilaren

met krullend Ionisch kapiteel

erotisch ijzer in de deur

een gat van licht achter het marmer.


4 Egyptisch museum I

Het Egyptisch echtpaar zit

drieduizend jaar saamhorig

rechtop, hun armen om

elkanders middel naast

echtpaar uit Giza, vijfde dynastie

hun beeld onscherp, op de rug

gezien, haar hand rust nog

steeds losjes op zijn schouder

pas in de spiegeling scherp

bezonken kijkend door de tijd

zien ons niet meer lopen.


Ik sta erachter

neem ze via glas

met mijn eigen spiegeling.


In de schouwburg zat je met je heup

tegen zijn heup en het wond je op?


II

Ik begreep het niet

die foto tegen de muur

van mijn kamer toen

je achttien was

je zat op de dijk

niet eens en profil

wegkijkend naar de zee

trots, de hals van Nefertite

toch zacht en warm.


5 Dahlem

Hij laat de oude vrouwen strompelend

komen, met kruiwagens desnoods

laat ze zich ontkleden, voorzichtig

glijden in het water tot de grens

krom en vervallen, daarna verjongd

met strak vel klimmen ze eruit

worden ontvangen door stralende

mannen die de nieuwe kleren

wijzen in een rode tent waarna

in het open veld een vrolijk maal

ze klaarmaakt voor de liefde.


(Lucas Cranach de Oude schildert

op lindehout de Jungbrunnen.)

6 Centrum

Ze ligt in een ronde kamer, streelt

haar heupen, haar benen open

luikjes vallen even weg

ziet ze de mannen kijken, streelt

haar borsten tot zachte klei


andere deurtjes met foto's van billen

geslachten en allerlei soorten haar

of geschoren, in het hokje een spiegel

voor de film: de nieuwe leraar

volgt het meisje met de zwarte rok


aan het eind van de gang deuren

met een mutautomaat, kun je

naar binnen, je opent je broek

en leidt je geslacht in een vochtig hol

bewegen tot het zaad komt, bewegen


het gaat door: deuren met foto's

het gat in de vloer, liggen, bewegen

en als je zo niet bevredtigd raakt

geef je je bij de kassa op en kijken anderen

naar jou of naar hem terwijl hij met haar


7 'Pure fantasy' (Pinter)

Hoe jij in hem opgaat

hoe hij in jou beweegt


en jij richt je even op

in mijn droom om hem

te bekijken: ik word warm

van zijn lieve gezicht

zijn ogen, zijn domme haar


ik word warm in jouw

schoot - nu ga jij bewegen.


8 Oost

Voor je onder de grond gaat

moet je geld wisselen, je wordt

betast door grauwe beambten

die spiegels boven je hoofd houden.


Door nauwe sluizen en gangen

trap af trap op tot je het spoor

bijster raakt en je niet meer

weet met wie je reist.


Uniformen in morsige hokjes

bovengronds niet meer bereikbaar verkeer

stilgezet met muurhoge grendels

een stille wachter op een dood station.


De antenne loopt schuin met de hond

mee aan de overkant van het water

geen sporen in de sneeuw, enkel

witte kruisen met namen van doden.


Oude vervallen musea, ook met gestolen

kunst, geen geld voor echte suppoosten

oude vrouwen zitten in was te wachten

op de tijd, soms een bezoeker voor Cézanne.


De achttiende-eeuwse parade bij Postdam

voor de garnizoenskerk die zo'n beeld

nog weet te staan, met trots en heimwee.

Unter den Linden is het koud.


9 Hotel

Je wast je borsten ook al is het water koud

ik begrijp het niet: hoe kun je schrijven

naar de ander: ik voelde me zo gelukkig

de hele dag, ik voelde dat je van me hield

en zeggen: dat heeft niets met jou te maken?


Sneeuw bedekt de auto

hij kan op de divan slapen

of tussen de deuren staan

we kunnen de kamer ook vol

leggen met zachte matrassen


en waarom niet in bed

één bed is breed genoeg voor twee

personen, al slaap jij liever

in de breedte en je slaapt rustiger

je kunt ook ergens anders slapen.


De dubbelzinnigheid van het bed

zet zich voort in de wand

recht tegenover het hoofdeind

boven het crème-kleurige schot

ijsbloemen in een vast patroon.


Ramen open op de kou van buiten

sneeuwstraten naar het centrum

en hij minutenlang schreeuwend

midden op het kruispunt alleen

tot eindelijk een auto stopt.


Charlottenburg

Zij kijkt naar buiten

naast de kleurige vaas

die zo trots en sierlijk

in het licht staat.


Opzij, steunend tegen

de goudglanzende kolom

ziet ze door het venster

de oude film leven.


Zwart-witte beelden

het ruiterstandbeeld

Egyptisch museum

Schloss-strasse open.


Peinzend, tot het paard

weer stilstaat, overbelicht

de beelden als een oude foto.

De vaas onaangedaan.


Zeventiende eeuw

I

Wat ogen verstouwen kunnen

en handen die het maken

de glans van koper, druiven,

satijn, een edelsteen.


Nu pas de schaduw van de hand

gezien en de handschoen en de kip

van de marketentster.

II

Gewandeld in het landschap

rechts achter de heuvel

zon en luiheid, arcadië

zoals het nog op een paar plekjes

bestaat, teruggelopen met de ogen

naar boven, takjes gezien, een kikker


en de vliegen - dat was even wennen

zo groot als de vogels boven de hals

van de stier in de schaduw van verf.


Vrouw met balans

Weegt zij de dood, weegt zij het leven

paarlen of goud? Het gaat om licht

dat spaarzaam door het venster valt

op haar, vol op de witbonten rand.


Haar kort jakje staat open

boven de buik, armen bloot

tot bijna de elleboog, hals vrij.

Zij weegt de dagen, stil in haar hand.


Zij wacht haar kind

nog niet het Laatste Oordeel.

Het gaat om leven in balans

donker en licht in evenwicht.


Panorama Mesdag

'Wie haar teruggeeft met liefde

voor de waarheid', wint.


Rondom het licht van de onzichtbare

zon, om elf uur, een late zomerochtend.


Zijn vrouw op het strand onder de parasol

een andere vrouw schilderend.


Hij kijkend in zijn glazen stolp

gevangene van zijn liefde: werkelijkheid.


Roepend naar zijn collega's, knechten

stuurt hij zijn waarheid op het doek.


Alles wordt stil: de rook, de meeuwen

de vlaggen, zijn vrouw op het strand.


Voettocht

Later: een plaat van het strand

bij Højen, van Viggo Johansen -

nooit in Højen geweest -

het linnen komt dwars door de verf

toch weer de geur en het geluid.


Eindelijk rustig de lucht bekijken

de architectuur van de duinen

loop ik bij Højen over het linnen

geen mens te zien: zee en zand

zoals tussen Bergen en Egmond.


Matisse

Hij zit als Sigmund Freud

maar zonder sofa, ernstig

in zijn witte jas te werken.


Hij schrijft niet, hij tekent

luistert niet, hij kijkt

en zij ligt niet op de sofa.


Zij denkt aan god weet wat

haar armen geheven.

Zij zwijgt en wacht.


Op zijn papier groeit

het naakt: zij is het niet.

Hij laat haar rusten.


Licht

Omdat je kijkt naar de dingen

bestaan ze: Braque in Normandië

aan het eind van zijn leven

uitzicht op leven in grond en lucht.


Een beeld is dichterbij dan een woord

doorploegd als de grond de lucht

met de belofte van gloeiend licht.

Soms is aarde lichter dan lucht.


Sneeuw

1

Wat doet die stille auto daar

weggedrukt in de sneeuw?


Nog lang niet door het vuile spoor

en vóór de sneeuw daar neergezet.


Niemand die zich bekommert

geen bestuurder, geen passagier.


Geen kinderhandje op het hek

allemaal naar bed en slapen.


En in de vuile sneeuw de schim

van een andere auto, dezelfde?


Weggewerkt, opzij gezet, verfrommeld

donker, zonder ramen, waarvandaan?


2

De sneeuw als verfstreek

witte sneeuw, nauwelijks.


Ik doe de auto weg

wordt het dan stiller?


Leger. Sneeuw opgewaaid

tegen het hek, voor de auto.


Weggeveegd, opgeveegd

met brede kwast. Geblokkeerd.


De Lek onder Schoonhoven

De schilder heeft de bocht

van de rivier vervalst.

Ik herinner me zilverig

water als ik uit school

hier een uur kwam zitten.


Uitzicht op het westen

weg naar het grote water.

Pas aan het eind van de krib

onder het roodrieten mandje

zag je de verte onder de zon.


Ik zit weer onder de steile

glooiing en hoor het water komen.

Nu niet het pof-pof van de boten.

Achter me bij goede wind

de klanken van het carillon.


Voor het torentje van Ameide

of Grootammers de boeien

van de binnenbocht.

Daarachter windstilte.

Steeds weer uitzicht op licht.


Het blauwe wad

1

Wie hier verdwaalt zoekt

tevergeefs een steunpunt.

Het water lokt tot verdrinken.


Dagen nu al dwaal ik langs

het water. Waar zal ik belanden?

Ik zie geen overkant.


Als het water wegtrekt

zie ik sporen van leven:

wier, mosselschelpen, gruis.


2

De nacht is een bed

dat mij warmte onttrekt

tot ik als een schil blijf liggen.


Ook in de zon geen warmte

uitzicht naar niets dan de verte

verdampend licht in de randen.


Waar zijn de vogels?

Kunnen ze blijven zweven?

Hoe klinken hun stemmen?


3

Ik wacht op de roeiboot

uit de kamer.

Hij moet naar binnen drijven.


Ik zal hem iets het land

op trekken tot hij stil

ligt en wachten tot de avond.


Pas in het donker weg-

varen met mijn rug

de kamer binnen varen.


Geen stad aan de rivier

Er is een stad aan het water

schepen hebben daar aangelegd

water sloeg tegen de kust

de stad is weggemaakt.

*

Het is echt verf

droog in forse halen

nauwelijks gemengd

vloeiend geweest

en kameleontisch

spatten achter een vlak nog

daarachter het geheim

van de schilder

de olifant achter het blok.

*

Terwijl hij zingend de verf

mengt, komt er een vrouw

aangelopen, stapt in de auto

maar rijdt niet weg.


Later is de auto toch verdwenen.

*

In dat schilderij

wil ik wel wonen.


Waarom? De kleur bevalt me

en het licht.


Soms wil ik mijn tong

uitrukken als ik

iets moois heb gezien.

*

Ik reed eens langs een gat

dat er eerder niet was

en ik had niet eens tijd

om te stoppen.


Maar het beeld bleef in mijn hoofd

een gat met witte punten rijp.

*

Ik zit nu al twee uur te kijken

en plotseling vraagt een vrouw:

'Wat schrijf je daar?

Mag ik het lezen?'


En nu pas zie ik dat het water

de andere kant op loopt.

Uitbundig geel.


Beeld

Verborgen in steen de sluier

en onder de sluier je gezicht

de ogen gesloten gesloten.

Hoe moet ik weten wie je bent?


Je kijkt niet, je bent wie je bent

trots en verdrietig om wat je weet

van de wereld die langs je trekt.

Jij bent opgesloten in het steen.


Je leeft in de stilte en weet

van voorbijgaan, je laat je vervoeren

je wacht op het einde, het puin

zal je niet deren, op de grond


gaan regen en wind voorbij.

Niemand licht je sluier.


III

Vierhuizen

Altijd het gevoel dat het nog

komen moet - maar wat?


Je loopt uit het dorp

door het dijkgat naar zee.


De polder, golvende rogge

in de verte een hogere dijk.


Daarachter velden.


Ligt het niet achter je

in het dorp bij de molen?


Waar sta je nu

naar te kijken?


Tegen de keer

Lopen langs een oever

toen de avond viel.


Zo mooi was het niet.

Er was te veel onrust

nog in, te veel verlangen

naar wat komen moest.


Maar nu is het gekomen

of niet en het was

goed zoals het was.

Nu pas loop ik zonder


verwachting langs die oever.

Ik loop alleen nog

te genieten van wat

daar bij het water was.


Heimwee naar een sprookjestekst

Ik ken de lijnen van het verhaal

maar zoek de woorden op hun rij

om te beleven wat mij vroeger raakte

bij het lezen van de tekst: hoe


de jonge prins zijn leven wegtrok

als garen van een houten klos

in snelle rukken naar een volgend

moment dat hij weer niet beleefde.


Zijn haken naar liefde, het genieten,

een kind, de macht in steeds wijdere

cirkels, deed hem springen van ring

naar ring, tot hij verdween in niets.


Nooit ondergedompeld, volgedronken,

bitter of zoet, maar verdronken

in voorbijgaan, jagend naar wat kwam.

Ik verlang zo naar die tekst.


Twee studies van een leegte

1

Iemand zegt: ik ga kijken

naar het station dat weg is.

Hij stapt op de fiets en rijdt

naar het verleden.


Hij komt aan bij niets

en stapt af.

Hij kijkt naar niets.


Een ander ziet hem staren

vraagt wat hij doet.

Hij zegt: hier stond het station.


De ander gaat ook kijken.

Hij ziet niets: in zijn hoofd

een beeld van niets.


2

De tedere inklemming van je huid

en je onderhuids weefsel

door de banden van wat je borsten

steunt onder de zachte trui.


Onzichtbaar, zichtbaar alleen

de holte, een zoete inkeping

waar de lijn van je flanken

zou moeten doorlopen.


Berlijn 1945

Eindelijk tijd voor de stad

de vreemde termiek van de steden.

Ze dansen de mannen als kraaien.


Iemand verft zijn ogen als een vrouw

brengt pancake op maar verraadt zich

door de gebaren van scheercrème.


En overal oude vrouwen met stokken

lege boodschappenwagens op wielen

ruïneuze straten naar een verkeersplein.


Na de beschieting kwamen de veroveraars

de puinhopen in optocht bekijken.

Uit de brandende huizen komen nog mensen.


En weer andere soldaten staan tegen de muren

applaudisseren naast een accordeon.

Een vrouw speelt met poppenogen piano.


Zij zingt vals alsof het mooi is.

Schoonheid kruipt waar zij niet gaan kan.

De stad groeit weer dicht als een tuin.


Hortus

De stilte van de orchideeën

lokt me tot allerlei geluiden

fluiten, blazen, koeren

de kleuren blijven zwijgen

lopen plotseling

over in paars

of geel, reukloos staan

de bloemen in gelid te kijken

naar de bezoekers, soms wit

vlezig wit, altijd doodstil.


Solist

Tedere arbeiders, broeders

handen die hun werk doen

lopen, strelen, slaan.

Het instrument zingt verrukt.


Maar soms mag hij met de piano

spelen: de toetsen bewegen

de vingers, de handen, polsen

armen en uiteindelijk zijn hoofd.


In het hoofd resoneert de melodie

wil naar buiten door de mond.


De dwerg mag zien

wat zijn vingers doen.

De intelligente dans

van een godgelijke debiel.

(Glenn Gould)


Berlijn

Het spoor loopt weg, glanzend

gevaarlijk, rechts om de bocht

uit verwaarloosde bosschages

waar een ander spoor dood liep

omhooggekruld tot bij de muur

uit het vrije duister in grimmig

licht ter controle onder torens.


Zandpad langs het water

tot onder de brug waar het wegdek

nutteloos gras koestert in voegen

hekken voor niemand op de brug

een dode muur weerspiegeld

in onbevaarbaar water.


Een beeldenmaker

Hij pakt een man uit

papieren geluid

lacht vriendelijk

tegen oud hout.


Maakt dingen onbestemd

die niet vast staan

allerlei dingen toegevoegd

die niet door gingen zeker.


Houdt ervan

van dingen te houden

waarom kan hij niet

zijn wat hij ziet?

*

Alles zit niet meer vast

in voorwerpen

nergens een lege plek.


Toch zet hij voorstellingen

om in beelden

materiaal vertraagt.


Het liefste doet hij niks

verroert zich niet

kaarsrecht in de stoel.

*

Hij kan heel snel praten

als het klaar is is het voorbij

dan wordt het bezit

en daar geeft hij niet om.


Als een vogel

hoort hij een geluid

kopje naar voren

tot het geluid weg is.


Leeft blijkbaar

kan zichzelf

niet uitzetten 's nachts

is er veel ruimte.

*

Tas op de rug

zo loopt hij over straat

andere mensen ook

over straat ja over straat.


Bedelaars met tassen

alles mee, kammetje

brood, praktische dingen

of wat ze leuk vinden.


Ze lopen met hun ziel

op de rug, gebukt

meezeulen, maar

vrij in de ruimte.

*

Fluisterende vrouwen

kijk, daar loopt-ie

beelden schieten langs

mythologische paarden.


Ontleende emoties

daar houdt hij niet van

ik zie hem lachen

blij met een vondst.

(bij video over Henk Visch)


Schommel

In de nok van het huis

aan de hijsbalk de schommel.


Hier zweefde het bed en de tafel

de piano omhoog en omlaag.


Waar is mijn geliefde

tussen de bomen in het groen?


Gegaan of gesprongen

waar is zij naar toe?

*

Doodsschommel boven het water

verloren het kind in zijn spel.


Boogbrug in de stilte

hoog boven de stroom.


Uitzicht

Uitzicht op een kinderwagen

tussen de coulissen en de lijst

vóór het witte doek met de lijn

omhoog - of in negatief...


De witte kinderwagen, glanzend

voor het zwarte doek, rijdend

op licht naar de duisternis

waarna het doek sluit.



Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen