zondag 9 januari 2011

De schilder en het meisje

De schilder en het meisje

Het gaat natuurlijk weer over liefde, of, preciezer, over mededogen. Het meisje gaat van Aarhus naar Amsterdam en daar gaat het fout. Uiteindelijk wordt ze gewurgd op de Dam en duizenden mensen in de zeventiende eeuw kijken naar haar. Ze komt uit het donker.
"'Vooruit.'
Het meisje gehoorzaamde. Ze kwam door de zijdeur op de eerste verdieping naar buiten, het schavot op, bij haar bovenarmen vastgehouden door twee cipiers. Ze was gekleed in het extra goed dat men na haar duik in het water uit haar reiskistje had genomen, een rode rok, blauwgrijs onderhemd en een paarsig jak met halflange mouwen. Wel droeg ze nog haar rendierlaarsjes. In die eerste fractie van een seconde zag ze absoluut niet waar ze was. Wie dagenlang binnen heeft gezeten, in het donker en halfdonker, weet zich geen raad met de plotselinge buitenlucht, de zon die neervalt op een plein en op een enorme zwerm knalwitte meeuwen die het licht op hun vleugels weer meenemen tot boven de huizen."

Een hoofdstuk daarvoor heeft Margriet de Moor de schilder Rembrandt laten praten met de apotheker, verfleverancier, over licht en een een oud geworden leerling van Rembrandt laten praten met zijn leerling over de meester van het licht. De schilder is oud en treurig, omdat zijn tweede vrouw gestorven is aan de pest. Het boek gaat over mededogen en de lezer moet dat wel voelen, ook al vertelt de schrijfster bijna lakoniek hoe alles gebeurt.

Uiteindelijk komen de schilder en het meisje bij elkaar. Zij is dan een paar uur dood, nog geen bederf, en hangt aan een paal op het galgenveld, ten prooi aan vogels. De schilder, met krijt, papier, een pennetje en afwasbaar perkament, tekent haar en in zijn tekeningen wordt de kijker en nu ook de lezer diep geraakt en voelt hij hoe alles gaat zoals het gaat en hij stroomt over van liefde voor het leven, hoe wreed ook.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen