zaterdag 8 januari 2011

Ritme

Ritme

Hoe je als dichter het ritme kunt gebruiken om de lezer als het ware te laten mee bewegen met het vers, al was het maar in zijn hoofd, kun je lezen in een gedicht van Bernlef uit de bundel Stilleven (1979): hij beschrijft een ‘Jong meisje, slapend’:
Dat heeft iets te maken met de zogenaamde spiegelneuronen die er ook voor verantwoordelijk zijn dat iemand die naar een spannende voetbalwedstrijd kijkt, schoppende bewegingen maakt met zijn been als de spits van zijn partij voor het vijandelijke doel komt.

De wimpers vierkant hard /en stijf van de mascara /gitzwarte luiken voor haar ogen /gesloten - ze slaapt /de smalle kaak opzij gedraaid /het laken laat één schouder bloot /waaruit het wonder van een arm ontbot /tot in haar spitse lichtgebogen vingers /rond de handpalm open als de mond /met rechte natte tanden haar oksel hol en leeg // .
Hij ziet haar ‘oksel / hol en leeg’ en dan vervolgt hij in de tweede strofe:
'Alsof zij zo te wachten ligt / op een kleine witte tennisbal / met zachte vacht alsof dit woord / straks bij het ontwaken / verbaasd en naakt rechtop in bed / met zelf nog nauwelijks borsten / zal worden uitgesproken en / de hele dag haar bijblijft / zoals haar lichaam in haar jurk / op springen de maat en melodie / der dingen haar schots en scheef / op straat beweegt.'
Het gaat eerst om de verzen 'verbaasd ... borsten' die horen bij het meisje (zij), maar ik lees ook zo dat de verzen betrekking hebben op het woord tennisbal. Hoe dat komt? De bepaling van gesteldheid ' verbaasd ... borsten' is taalkundig verbonden met woord, omdat, in de metaforische situatie van het gedicht, dit woord de laatste zelfstandigheid is vóór de bepaling. Bovendien is 'woord' het grammaticaal onderwerp. Het zal worden uitgesproken. In 'normaal' taalgebruik is het natuurlijk zo dat de lezer de bepaling verbindt met zij (het logisch onderwerp). Zij spreekt bij het ontwaken, verbaasd het woord uit. Zij ligt daar zo te wachten op de tennisbal dat het woord 'tennisbal' zal worden uitgesproken. Maar de door de lezer gelegde verbinding tussen de tennisbal en het verbaasd en naakt rechtop in bed zitten functioneert wonderwel.
Er valt nog meer over te zeggen. Haar oksel is hol en leeg. Zij ligt te wachten op de kleine bal met zachte vacht. Ik vind dat een heel mooi verrassend en toch op een gekke manier logisch beeld. Je zou het zo kunnen opvatten dat ze ligt te wachten op puberale haargroei, nog zacht haar, blond. En even verder staat: 'met zelf nog nauwelijks borsten'. De kleine bal functioneert als beeldrijm. En kijk en luister hoe het verder gaat. Het woord tennisbal blijft haar inderdaad en in de taal bij: luister hoe de tennisbal in het ritme op en neer springt. Allerlei soorten rijm versterken dit: springen - dingen, maat en melodie, schots en scheef, maat - straat, scheef - beweegt. Zelfs de springerige syntaxis doet mee. Haar lichaam beweegt haar schots en scheef op straat. Het tussenzinnetje is intrigerend: de maat en melodie der dingen springen op. Haar jonge lichaam staat ook op springen. Bal en lichaam passen prachtig in elkaar. Haar oksel wacht op de kleine, zachte bal.
Als je zo met de dingen en de taal omgaat, als je zo kunt kijken en schrijven, mag je een beeldend taalkunstenaar heten.
Dit gedicht zit vol met klankbewegingen, ritmische bewegingen die de lezer betrekken bij de voorstelling, zodat hij de beelden als een film voor zich ziet, maar het gaat verder: de lezer / toehoorder (want auditief werkt het nog sterker dan puur lezend) voelt de bewegingen in zijn lichaam na en vervolgens ook in zijn psychologische en emotionele systeem. Hij wordt als persoonlijkheid volledig op het gedicht betrokken en dat lijkt ook het belangrijkste doel van de dichter, die immers emoties - eenvoudige en zeer ingewikkelde - wil delen.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen