zondag 9 januari 2011

Oude en nieuwe poëzie

Maraboes

Oude poëzie is nabootsend, nieuwe scheppend. Men spreekt van memesis tegenover poèsis. Ik kan het demonstreren aan de hand van twee gedichten, ook al zijn ze in dezelfde tijd geschreven. Ze gaan over een Afrikaanse vogel, lid van de ooievaarfamilie.
Wikipedia zegt: 'De vogel heeft een vrijwel kale kop met een hangende krop, een grote gelige snavel, zwarte vleugels en staart en een wit lijf. In tegenstelling tot andere ooievaars vliegen zij met ingetrokken hals. Ze hebben een vleugelspanwijdte van ongeveer 2,60 meter.
Maraboes zijn grotendeels aaseters en worden vaak in gezelschap van gieren aangetroffen. Zij verkeren meestal in gezelschap van een paar soortgenoten, maar komen soms ook in grote groepen bijeen. Ze broeden in kolonies en bouwen hun omvangrijke nesten in grote bomen, vaak dicht bij de mensen in de dorpen.'
Het eerste gedicht geeft een beschrijving die gemakkelijk te herkennen is. Het begint met een vergelijking, zoomt dan in op de omgeving, gaat terug naar de vogel en beschrijft zijn uiterlijk en gedrag. De dichter gebruikt een metafoor ('broek'). Het eindigt met een slaapstand. Het gedicht lijkt op een schilderijtje.



MARABOES



Als een weerhaan staat hij op de tocht

zijn wieken te wegen

de trompetboom blaast bloesem en schaduw

een zegen voor de vogel aan de rand van het water

de naakte kop steekt uit haar bont

de krop uit het dons van de vogelborst

haar dorstige snavel kleppert een slok.

Hij schudt zijn kraag, vouwt vaardig

het pak op de wit donzen broek

stapt gewichtig nader, ze pikken wat in de grond

draaien rond, klepperen water

waarna hij weer gaat, verderop.

Peinzend schikt zij haar onderdons,

dan vouwen de poten haar ernstig op.



Jeanne Wesselius



Het tweede gedicht is heel wat moeilijker. De titel geeft een vage aanwijzing: de biotoop wordt genoemd, maar de lezer weet nog niet of het over mens of dier gaat. Het zou ook nog iets vegetatiefs kunnen zijn. Verrassend begint het gedicht met 'Mijn tantes'. Wiens tantes? Een ik 'had nog niets besloten'. Wat zou er besloten moeten worden? Dan komt de 'leigrijze winkelchef'. Als je niet weet dat het over maraboes gaat, vraag je je af waar je bent beland. Ja, op de savanne, maar wat doet die winkelchef daar? Is het soms een metafoor? Leigrijs wijst op de vogel. Zijn bewegingen worden heel menselijk beschreven. En wat is dat winkelpersoneel? Zijn we dan toch in een winkel? Die adjudant was zijn leven lang (?) aan het wroeten in een winkeldochter? Wacht, we weten dat de maraboe een aaseter is en moet wachten op de restjes. Een winkeldochter blijft liggen. Is de metafoor 'winkeldochter' soms de motor van alle andere metaforen, die nogal vreemd lijken op de savanne?
Lithium is een soort zout dat als medicijn geldt voor mensen met manies of depressies. Zo'n maraboe ziet er nogal treurig uit. Die adjudant zal zeker een droevige aanblik zijn met zijn ingezonken ogen, zijn tremor en zijn sociale positie onder aan de ladder.
De dichteres is begaan met zijn lot. Ze weet wat er gaat gebeuren. Dat lijkt onheilspellend. Ze slaat een kruis: medelijden en afweer ineen? Het dier is onschuldig en weet niet van zijn lot, kan er in ieder geval niet over reflecteren, in tegenstelling tot de beschouwer.



Droomlichaam op de Afrikaanse savanne

Mijn tantes werden lang van lelijkheid
ook zonder spiegel
had ik nog niets besloten
de leigrijze winkelchef
deed aan ochtendgymnastiek,
alsof het maandagmorgen was
in een ongehaaste zwembadpas
het andere winkelpersoneel
tokkelend tussen de fournituren,

onopvallend bij het tourniquet
een adjudant, met ingezonken ogen
hij wisselde van been
och arme, hij had zijn leven lang 

in het knorrende karkas van een winkeldochter moeten wroeten
ik was met hem begaan,
met zijn tremors en zijn lithium in een glas water
salut, groet ik
en leg kort uit wat er zou gaan gebeuren,
hij knikt en knielt - in zijn gezicht veranderde er niets-

ik bekruiste mij
innocence is a state of mind



Hedwig Selles



Het tweede gedicht schept een nieuwe werkelijkheid, door de vreemde beelden, de verrassende identificatie, wellicht op grond van herkenning. Je kunt je afvragen: gaat het wel over de maraboes? Gaat het niet veeleer over een 'state of mind'?
 Niet zo duidelijk, niet plaatjesachtig, maar daardoor veel fascinerender dan het eerste gedicht.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen