zondag 9 januari 2011

Zwijgen?

Zwijgen?


Moet je gedichten schrijven? Je kunt ook zwijgen. Maar soms kun je niet zwijgen. Jan Emmens deed er vaak het zwijgen toe. Volgens Van Oorschot had hij te weinig huid en dan word je wel erg kwetsbaar. 'Jan Emmens' poëzie is een vorm van buitengewoon lucide, niet zelden pijnlijke, zelfanalyse, gekenmerkt door een persoonlijke, vaak wat korzelige, gesprekstoon. Zijn gedichten zijn navrante pogingen om zichzelf overeind te houden. Je krijgt de indruk dat hij zichzelf altijd bewust was, dat hij dat juist niet wilde, dat hij het daar dan moeilijk mee had. La conscience est une maladie - vanuit dat besef lijkt zijn poëzie geschreven. Hij is een beetje een negatieve, balorige Vasalis en zou haar, en Judith Herzbergs, populariteit verdienen. (Anton Korteweg, VN, 08-09-1990)

Piet Kleingansey, een liefhebber van Emmens, zei ooit op het Leidseplein: 'Ik kan mijn tong wel uitrukken als ik iets moois heb gezien.'

Kleine dichters weten het al: soms moet je schrijven, maar je wilt het voor je houden.

Pauze
'Ik heb ook een mooi gedicht 
geschreven,'
zegt hij in de pauze. 
'Goed,

ga je het ook voorlezen?'

'Nee,'zegt hij: 'dat moet jij doen.'


'Natuurlijk niet, ik wil jouw stem.'

Hij knikt vastberaden nee.

'Zet je het in de schoolkrant?'

'Nee, niemand mag het lezen.'


'Waarom schrijf je het dan?'

'Ik weet niet, het moest er zijn.'

Waarom schrijven? 2

'Ik ken mijn hoofd slecht, dat is vermoedelijk de reden waarom ik schrijf, maar wat ik ervan weet is dat het er verraderlijk aan toe gaat.' (Willem Jan Otten)

Het denkt in mij.
De mens is meer dan een complexe machine, de hersenen zijn meer dan een geniale computer, onze gedachten zijn meer dan software. Er lijkt een bewustzijn te bestaan, groter dan wij kunnen bevatten, een bewustzijn dat zich verborgen aan ons meedeelt.

'Nu kijken wij nog in een spiegel, we zien raadselachtige dingen, maar straks zien we van aangezicht tot aangezicht. Nu ken ik nog slechts ten dele, maar dan zal ik ten volle kennen zoals ik zelf gekend ben.'
1 Corinthiërs 13:12

Dat 'straks' kan ik moeilijk geloven, maar ik vind het wel een mooie gedachte.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen