zaterdag 8 januari 2011

Waarom schrijven?

Waarom schrijf je? Wat is je drijfveer?

Er zijn vaak verschillende redenen. Evolutionair bepaald is het indruk maken op het andere geslacht. Men denkt dat mensen muziek, taal, kunst hebben ontwikkeld, omdat ze hiervoor door sexuele selectie worden beloond. Meisjes vinden een kunstenaar aantrekkelijk. Groupies vind je niet alleen bij popconcerten. En vrouwelijke kunstenaars? Worden zij sexueel aantrekkelijk gevonden? Madonna, Ilse de Lange, Fritzi ten Harmsen van der Beek, Astrid Lampe? Zingen ze, schrijven ze daarom?

Onlangs ontdekte men dat mannetjes-spotvogels die in een gebied leven met een wisselend klimaat, een breder repertoire aan liedjes hebben dan vogels in de tropen. Hun liedjes zijn ook ingewikkelder. De biologen die dit beschreven, veronderstellen dat de vrouwtjes bij onzekere omstandigheden hogere eisen stellen aan hun toekomstige sekspartners. Het gezang van een mannetje geeft informatie over zijn conditie, zijn immuunsysteem, zijn intelligentie en zijn vaardigheid om een territorium te verdedigen. Je ziet de parallel. Een dichter moet dus niet alleen mooie gedichten schrijven, maar ze ook bekwaam onder de aandacht brengen. Hij moet zijn pr verzorgen, zijn concurrenten belachelijk maken.
Is het daarom dat mannelijke dichters steeds weer nieuwe bewegingen uitvinden, steeds nieuwe manifesten schrijven? De Tachtigers verwierpen de domineespoëzie, de Vijftigers de burgerlijke truttigheid, de Zestigers de hemelbestorming, de Zeventigers de krantentaal, de Maximalen... ja, wat? Ze hielden niet van subtiliteiten; ze schreven masturbanten-poëzie en herschreven Marsman op een schreeuwerige manier. En nu hebben we dan even de roomboter- en bijl-poëzie van Pfeijjffer en Harmens. Vrouwelijke dichters hebben het dan over jongetjes-gedoe. Willen zij ook op het podium indruk maken op hun seks-partners? Of hoeven zij niet? Evenmin als de vrouwelijke vogels. Die mannetjes komen wel. En als ze niet komen, dan willen de vrouwtjes ze niet lokken met hun gezang.

Vrouwen schrijven vooral omdat het een opdracht lijkt, omdat ze zich moeten uitspreken of omdat ze het leuk vinden. En vaak houden ze niet van het gezeur er omheen. Vasalis hield op met publiceren, Fritzi ten Harmsen van der Beek wilde niet optreden, stuurde alle interviewers weg en bruskeerde haar uitgevers. Eva Gerlach koesterde haar pseudoniem, tot Komrij het verried. Soms vertonen dichteressen mannelijke trekjes of ze vinden de materiële gevolgen wel aardig, zodat ze, bij succes, wel ingaan op uitnodigingen om op te treden. U kent ze wel.

En die honderden dichters en dichteressen die geen succes hebben? (Niet altijd vanwege een gebrek aan kwaliteit, maar omdat ze niet in de mode passen of geen zin hebben in strijkages, netwerken, kroeggedrag en wat niet al.) Zij proberen te begrijpen dat de werkelijke reden waarom je schrijft, te vergelijken is met de bloei van een plant. Een plant moet bloeien. Bovendien kun je een diepe vreugde ontlenen aan het maken van iets waar je tevreden over bent. Een zekere erkenning van de buitenwereld is dan niet geheel onbelangrijk. We zijn allemaal op zijn minst een beetje ijdel. Een paar goede lezers moet voldoende zijn. Als je een mooie dahlia hebt gekweekt is het leuk als een deskundige jury jouw bloem bekroont en de kleine groep bezoekers van de bloemenshow die aandacht heeft voor kwaliteit maakt je gelukkig, maar je hoeft niet in de krant. Gedichten wil je wel voorlezen, maar je wilt ze niet op straat rondroepen of in een museum een kijkend publiek overvallen. Je hoeft niet een talrijk publiek, maar men moet wel luisteren. Je bent een vogel op een tak en je zingt: ‘Hallo, kom je op mijn tak?’

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen