zaterdag 8 januari 2011

Observaties

'Aandachtsfascisme', een gruwelijke term die ik vind bij Bert van Raemdonck. Het gaat over de merkwaardige wedstrijd die zowel in België als Nederland plaats vindt. We zetten een aantal verwaarloosde gebouwen op een lijst, maken er een zielige reportage over en laten het volk stemmen voor een gebouw. Het gebouw dat wint krijgt een miljoen en de rest mag in elkaar storten! Monumentenstrijd - hoe cynisch! (Rekto:Verso; nr. 20, nov-dec 2006)
--
Maar het kan natuurlijk erger: in Bagdad lopen mensen rond met een bordje om de hals: 'Moordenaar te huur. Prijs nader overeen te komen'. (minder dan ¤ 100)
Eeven verderop ontploft een bom. Omstanders schieten toe, niet om te helpen, maar om te plunderen.
Theater in Bagdad? Verwoest. Er heerst de barbarij van de wapens. Het Amerikaanse schaduwbestuur heeft geen cultuurbeleid. Een gerespecteerd dichter stapte binnen bij Paul Bremer, hoofd van de bezettingsmacht. Hij wilde het over cultuur hebben. Het antwoord was: 'You know, culture is in my ass!' (ibidem)
=
28-12

Als je niet goed oplet, mis je de afslag. Je moet heel lang over een smalle dijk rijden naar je bestemming. Als je de afslag mist, moet je helemaal om en de stad van de andere kant benaderen.

-

Station met trein en Duitsers. Veel mensen die weggevoerd worden. Een jongen weet uit de trein te ontsnappen en hij holt over een dijk met bloemen, komt

uiteindelijk in een dorp met stille straten en wil zich verbergen in een huis. Daar zit een vreemde bleke man poppen te maken. Hij giet zaagsel met behulp van een trechter via de hals in een stoffen lijf. De jongen biedt aan te helpen en dat wordt zwijgend geaccepteerd. Later komt moeder de vrouw erbij en ook zij aanvaardt de aanwezigheid en hulp van de jongen. Hij krijgt eten en een bed. Later trekt hij ook rond in de omgeving met de poppen. Hij haalt koperen geld op, centen en stuivers. In tegenstelling tot andere dorpsgenoten kan hij lezen en schrijven. Hij heeft papier bij zich en een potlood.

27-12
Een donkerbruine zonsondergang aan zee. Dat heb ik nog nooit gezien. Echt bruin, de zon, de wolken en de glinsteringen over het water. Ik wil er een foto van maken en ik loop iets naar voren op de bunkerachtige structuur, die met een ronding loodrecht in zee afdaalt. Oppassen. Je glijdt uit en valt in het water. Dat is niet zo diep, maar tamelijke vies door een olielaag en bovendien koud en als je er in valt, kun je niet tegen de steile wand opklimmen. Je moet hopen dat men je opmerkt en een touw toewerpt of je moet een end zwemmen om elders op het strand te komen, maar haal je dat in de kou?
Roel zegt: 'Je moet vragen of dit de goede tijd is voor zonsondergang.' Ik zeg: 'Je ziet het toch?'
Daar komt Cees SS. met gasten van een Amerikaanse universiteit. Douwe Iest is daar ook bij en een decaan en een Nederlandse docent. We worden voorgesteld. Ik spreek Engels. Een man en een vrouw tonen belangstelling. Waar ik vandaan kom? Ik vertel over Den Helder, mijn jeugd daar, strand, zee, duinen, dijk, haven, prachtig voor een jongen. Daarna studeren in Groningen. Nu met pensioen. Waarom ik niet terugga naar Den Helder. Ik leg uit dat Roel het daar niet prettig vindt en dat ik ook geworteld ben in Groningen. Mijn Engels is vrij behoorlijk.
-
Ik loop op de muren van Jeruzalem. Kruistocht. Thuis is er oorlog. Mijn vrouw wordt daar bedreigd en hier in Jeruzalem is het ook niet goed. Ik moet terug.
-
In Engeland in een taxi met anderen. Ik wil uitstappen, maar het duurt te lang. Ik wil mijn jas en o ja mijn stok. De chauffeur wordt ongeduldig en rijdt weg. Ik begin te roepen dat hij me er uit moet laten. Hij stopt in een buitenwijk en ik moet helemaal teruglopen. Ik kom veel scholieren tegen, die mij vriendelijk groeten. Het voelt vertrouwd. Ik kom bij een school, ga in de hal. Er zit een leraar op wacht. Even verder staan stoelen. Er zitten studenten. Twee spreken Nederlands. Het is het einde van het jaar. Er komt een meisje aan, keurig gekleed, donkere korte rok, kleine borsten achter een grijze blouse. Ze wil Nederlands met me spreken.
26-12
Een hele taal die verdwijnt, omdat alle sprekers moeten vluchten of gedood worden. Welke taal? Hebreeuws of Ivriet? De vluchtelingen moeten Engels spreken. Zoals de familie Trapp over de bergen vlucht, weg van het nazisme, naar het vrije land. Maar zij konden hun taal behouden.

=
zaterdag 13 januari 2007 19:08 door ekkersx

Bush is geen Beowulf

W.G.Sebald, Austerlitz, p.18 e.v.
'met hoeveel volharding generaties oorlogsbouwmeesters (...) vasthielden aan een gedachte waarvan nu gemakkelijk viel in te zien dat ze fundamenteel verkeerd was, namelijk dat je een stad veiliger kon maken dan wat ook ter wereld door een ideaal tracé aan te leggen met stompe bolwerken en vervooruitstekende ravelijnen, zodat je met de kanonnen van de vesting het totale opmarsgebied vóór de muren kon bestrijken.'
'want gefixeerd als men was op dat schema (van de vestingbouw) had men buiten beschouwing gelaten dat de grootste vestingen natuurlijk ook de grootste legermacht aantrokken, zodat men precies in de mate waarin men zich verschanste dieper en dieper in het defensief terechtkwam'
'de vijand trok er eenvoudig omheen'
Juist door het nemen van versterkingsmaatregelen gaf men zich bloot aan de vijand en zette men de deur wagenwijd voor hem open.


In een land - nu Seeland van Denemarken - heerst de terreur van het kwaad. Het monster van de onderwereld, Grendel, die woont in de woestenij, is jaloers op het geluk van de Denen, die het leven vieren in de hal Heorot van hun koning. Als het donker is, komt Grendel uit zijn moeras, rooft een aantal krijgers en verslindt ze levend. Als gevolg daarvan staat de hal al weer jaren leeg.
In het naburige land van de Geats - nu Zuid-Zweden - hoort Beowulf hiervan en hij besluit met veertien goede krijgers naar Seeland te varen. Hij wordt opgewacht door een grenspost, die hem vraagt wat hij met zijn bewapende mannen komt doen. Beowulf vraagt toegang tot de koning en legt het doel van zijn komst uit.
- als er ooit komen moet verandering
verlossing van leed, in de ellende -
en hoe die zee van zorgen tot staan kan worden gebracht;
of men zal altijd ongeluk aanvaarden
moeten, miserie,
De wachter begrijpt dat hij komt om te helpen en laat ze doorgaan, bewapend en wel, naar de koning.
In de hal wordt de belofte van hulp herhaald en dan zegt de bemiddelaar:
Met maskerhelmen op moogt u allen nu
in het harnas gehuld, Hrosgar gaan begroeten;
laat schilden en speren van hout
hier afwachten het einde van het onderhoud.
Let wel, de vreemdelingen mogen hun verdediging meenemen, maar ze moeten aanvalswapens achterlaten.
Uiteindelijk krijgt Beowulf toestemming het monster te verslaan. Het lukt hem en hij keert overladen met geschenken terug naar zijn eigen land, Amerika, pardon, Zuid-Zweden.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen