zondag 9 januari 2011

Misstappen op een vlinder

Misstappen op een vlinder

Al jaren ben ik bezig met 'Achtergelaten landschap'. Ik schreef over het sf-verhaal (27 april j.l.) waar beelden uitkomen, maar vanmorgen werd ik wakker met de gedachte: het gaat over een liefde. Je kunt het gedicht lezen als de geschiedenis van een liefdesaffaire. Het is een achtergelaten landschap. Alles gaat voorbij, het landschap werd oud, zelfs het geluk oneetbaar te zijn, dat wil zeggen het idee dat je liefde niet op zou raken, zelfs dat idee is verteerd, vergaan, voorbij. In de tweede strofe gaan we naar het verleden: je stapte mis op een vlinder, je maakte een faux pas met een liefje, en wat gebeurde gebeurde, thuis viel een engel je naam uit; je noemde haar, en je mond kwam over je lippen, je kon het niet meer inhouden, je schreef het op, het werd een inktvlek en wikke over en over. een vlinderbloemige die steeds maar weer genoemd werd. 'Wikke' is bij verschillende dichters, volgens Wiel Kusters in 'De geheimen van wikke en dille' verbonden met 'weg zijn' of 'verdwijnen'.
Je kwam thuis van de jacht, erg oude aarde aan je lichaam, oeraarde, aarde van altijd en je stond in je muur als een raam. Je keek uit op de omgeving. Je keek neer op je langzaamste velden, van de liefde, bed, dat je één dag onsterfelijk maakte, in liefdesvervoering, aan de dood wende. Laat me nu maar sterven. Het was alles een gedicht dat zichzelf opzei, blinkend in je ruiten zoalng er licht was, zo lang het duurde. Toen had je niets meer te schrijven, alles stond vast, alles van ijzer, alles stond stijf van de tijd; een eeuwig nu. Maar zo is het niet, zo is het nooit: je weg loopt weg uit het einde, is geen einde, niets moet hier blijven. Je keek nog eens naar het landschap van je liefde, je hand verpakt in zijn handschoen, symbool van verraad, overal gaten waar het gezicht, het gedicht was.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen