zondag 9 januari 2011

Workshop

Er was het meisje met paarsrood geverfd haar; ze zat vooraan bij een poëzieworkshop, en ze straalde heel krachtig onwil en irritatie uit. Toen ik na een inleiding met het lezen van gedichten en het vertellen over hoe ze ontstaan, de klas, 5 gym, uitnodigde door elkaar gegooide regels van een gedicht te herstellen, bleef ze obstinaat zitten voor een blad wit papier. Ik keek naar haar en vroeg woordloos wat er aan de hand was. 'Ik heb geen pen' mompelde ze. Ik legde een ballpoint op haar tafel, maar natuurlijk was dat niet de oplossing. Ik zei dat ze de regels die ik op het bord schreef, moest overschrijven. Ze deed het niet en legde de ballpoint terug. Ik vroeg wat er aan de hand was. 'Ik hou niet van gedichten.' 'Maar dan kun je toch wel meedoen? Wil je weg? Moet ik je wegsturen?' Nee, dat was niet de bedoeling, dat leverde maar gedoe op. Omdat ze verder geen last veroorzaakte, besloot ik haar in haar sop te laten gaar koken. Het tweede uur moesten we in een ander lokaal zitten. Sommige leerlingen kwamen wat later binnen omdat ze een toets Latijn moesten ophalen of zoiets, dat werd me niet duidelijk. Het geverfde meisje kwam binnen. Ze had gemakkelijk niet kunnen komen, leek me. Ik legde haar uit - de overigen waren al aan het werk - dat ze een gedicht moest schrijven naar eigen keus of geïnspireerd door een aquarel van twee granaatappels of een schilderij van een matador die bij een dode collega onder een laken, staat te peinzen. Ik zei: 'Schrijf maar op wat je ziet. Het hoeft geen gedicht te worden.'
Even later zag ik dat ze vijf woorden onder elkaar had geschreven: stoel, laken, rood, kelder, man. 'Ik weet echt niet wat ik verder moet.' Ik knielde naast haar neer en schreef onder de woorden een aantal regels, à l'improviste, af en toe kijkend naar het schilderij. Na een achtste regel keek ik naar haar: haar gezicht was opengebloeid. Ik zei: 'Zo kun je het doen, maar dan op je eigen manier' en ik kraste mijn tekst door. 'Nee', zei ze, 'dat vind ik wel leuk.'
Even later ging de bel. Ik had geen gelegenheid meer haar papier te bekijken. Nu ben ik zo benieuwd of er nog wat op kwam te staan. In ieder geval ben ik haar voorlopig niet vergeten. Er was even een ontmoeting geweest.

Ik zeg: 'Je moet in ieder geval niet wachten tot je inspiratie krijgt, want die moet je afdwingen. Hoe? Door je pen over het papier te bewegen. Je schrijft iets en dat kun je altijd nog weggooien, maar al schrijvend kom je op ideeën. Hoe doet een schilder het? Hij pakt een doek, verf, een kwast, en begint. Wat? Dat weet hij nog niet. Een componist? Hij gaat bijvoorbeeld achter de piano zitten en slaat een toets aan, en nog een. Hans Faverey, pestkop, tegen een interviewer: 'Hoe het gaat? Heel gemakkelijk.' Hij liep naar een stapeltje papier, pakte een vel, draaide het in zijn typemachine... maar toen? Sloeg hij een toets aan of ging hij wachten?
Volgens Henk van der Waal, in De Kunst van het dichten, moet je wachten. Je moet, zegt hij, afscheid nemen. 'En van afscheid nemen word je minder in plaats van meer.' Je moet leeg worden. 'Liever dit dralen en ijsberen dan uit puur ongeduld of valse werkdrift de pen al op papier zetten(...) Want dan gaat het mis. '
'Dan komt er haastwerk in plaats van dichtwerk.'
Mijn aanwijzing is dus verkeerd? Bij een workshop kun je natuurlijk niet gaan wachten en ijsberen. Bovendien moet je geen briljante poëzie verwachten. Hoogstens komen er aardige regels uit. (En inderdaad, na afloop van het schrijven van een klas, loop ik rond, lees steeds weer een aantal verrassende teksten, soms heel nadenkelijk, soms lichtelijk filosofisch, soms mooie observaties, aardige taalvondsten. Soms is het een mooi beschouwinkje, maar geen gedicht. Dat zeg ik ook en ze begrijpen het.)
Henk van der Waal zegt: 'Dichten mag dan een kunst zijn, het is geen kunstje. Dat dichten een kunst is, betekent juis dat je uiteindelijk geen macht hebt over datgene wat er op papier komt en dat passiviteit een grotere rol speelt dan activiteit.'
In een workshop ben je dus bezig met een kunstje, maar misschien worden sommige leerlingen daardoor aangezet tot het zich bezighouden met kunst.

Geen opmerkingen:

Een reactie plaatsen